|
In een traditionele server omgeving wordt een besturingssysteem geïnstalleerd op een server. Wanneer gebruik wordt gemaakt van virtualisatietechnieken dan wordt eerst een virtualisatielaag, de zogenaamde hypervisor, geïnstalleerd op de server. Voorbeelden hiervan zijn VMWare ESX Server, Citrix XEN Server en Microsoft Hyper-V. Daarop worden vervolgens één of meer besturingssystemen (zoals Windows Server of Linux) geïnstalleerd, waarop vervolgens weer één of meer applicaties kunnen worden geïnstalleerd.
Kostenbesparingen en milieu Door gebruik te maken van virtualisatietechnieken is het mogelijk om meerdere virtuele servers te installeren op één fysieke server. In traditionele omgevingen wordt veelal niet meer dan 30% van de totaal beschikbare capaciteit van de hardware benut. In gevirtualiseerde omgevingen is het geen uitzondering dat meer dan tien virtuele machines draaien op één fysieke machine. Er wordt dan tot wel ca. 80% van de beschikbare hardwarecapaciteit benut. De eerste besparing kan worden behaald door consolidatie. Er hoeven veel minder fysieke servers te worden aangeschaft. Daarnaast biedt een gevirtualiseerde omgeving ook kostenbesparingen bij toekomstige uitbreiding van uw serverpark. Wanneer een nieuwe server nodig is, dan kan deze eenvoudig en snel worden aangeboden in de vorm van een extra virtuele server. Behalve dat er geen extra hardware-uitgaven nodig zijn, wordt hierbij ook aanzienlijk bespaard op de installatietijd. Er kan uiterst snel in de behoefte worden voorzien. Het is wel noodzakelijk dat de benodigde licenties zijn aangekocht.
Business Continuity Een virtuele server, bestaande uit een besturingssysteem met daarop één of meer applicaties geïnstalleerd, bestaat in feite uit één of enkele bestanden. Doordat deze geïnstalleerd is op de hypervisor is de virtuele server niet afhankelijk van drivers en dergelijke, voor de onderliggende hardware. Het is daardoor mogelijk om de betreffende bestanden over te hevelen naar een andere fysieke server om vervolgens daar de virtuele server weer te starten. Om optimaal gebruik te maken van virtualisatie is het daarom raadzaam om tenminste twee fysieke servers in te zetten én de virtuele servers op te slaan op een gecentraliseerde opslagvoorziening (een SAN).
Als een fysieke server down gaat dan kunnen de daarop draaiende virtuele servers vervolgens, geheel geautomatiseerd, weer worden gestart op een andere fysieke server. De betreffende virtuele servers zijn dan binnen enkele minuten weer up and running. Door gebruik te maken van de juiste virtualisatietechnieken is High Availablity dus binnen handbereik. Als u gebruik maakt van technieken zoals VMotion (van VMWare) of XENMotion (van Citrix) dan is het mogelijk om bij gepland onderhoud een draaiende virtuele server te verplaatsen naar een andere fysieke server, zonder downtime. De gebruikers merken hier niets van. Deze technieken zijn met HP servers in combinatie met HP Virtual Machine Manager en HP SIM zelfs toe te passen om virtuele servers preventief te verplaatsen, als bijvoorbeeld de temperatuur van een fysieke server te hoog oploopt, of geheugenfouten worden geconstateerd.
Als u overweegt om uw servers te virtualiseren, dan kunnen wij dit voor u (of met u samen) verzorgen. Wij hanteren daarbij doorgaans het volgende stappenplan: 1. Intakegesprek 2. Assessment 3. Plan van Aanpak 4. Virtualisatie 5. Migratie 6. Nazorg en beheer Als u wilt weten of en op welke manier virtualisatie ook voordeel kan bieden voor uw organisatie, dan nodigen wij u van harte uit om contact met ons op te nemen. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met Jan van Hoorn op (0342) 477 855/ (06) 246 99 400 of per e-mail: This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it . |






